Hoewel robotmelken voor een flinke efficiëntieslag kan zorgen, betekent het niet dat er geen handmatig werk meer is. Voor het ophalen van koeien kan een uitdaging blijven. Trevor DeVries, verbonden aan de Universiteit van Guelph in Canada, geeft tips voor het verminderen van het aantal ophaalkoeien.
In een geautomatiseerd melksysteem is het essentieel dat koeien uit zichzelf naar de robot gaan. Maar zieke en kreupele koeien hebben vaak extra aandacht nodig, omdat ze minder geneigd zijn om vrijwillig te bewegen. Kreupele koeien vormen een bijzonder grote uitdaging. Onderzoek toont aan dat zij 2,2 keer vaker opgehaald moeten worden dan gezonde koeien en bovendien minder melk produceren. Door kreupelheid vroegtijdig te signaleren en aan te pakken—met betere klauwverzorging, comfortabelere huisvesting en behandelingen—kunnen veehouders ervoor zorgen dat koeien mobiel blijven en regelmatig de robot bezoeken.
Niet elke koe gedraagt zich hetzelfde en dat heeft invloed op hoe goed ze wennen aan robotmelken. Factoren zoals management, huisvesting, genetica en eerdere ervaringen spelen hierbij een rol. Net als mensen zijn sommige koeien van nature nieuwsgieriger en ondernemender, terwijl anderen terughoudender zijn. “We hebben verschillende studies gedaan naar ‘koepersoonlijkheid”, zegt DeVries. “Actievere koeien bezoeken de robot vaker en worden vrijwillig vaker gemolken, terwijl angstigere koeien meer moeite hebben.”
Bange koeien trappen bijvoorbeeld vaker het melkstel af, aarzelen om de robot in te gaan of missen voermomenten als ze te schuw zijn om hun kop naar beneden te steken. Door deze koeien extra te begeleiden en strategisch te managen, kunnen ze beter presteren in een robotsysteem. Vroege blootstelling aan technologie, zoals automatische voersystemen, kan mogelijk helpen om koeien later beter aan robots te laten wennen.
Vroege training
Sommige koeien wennen vanzelf aan het robotsysteem, terwijl anderen weerstand bieden of steeds opgehaald moeten worden. Hier kan training vóór de eerste melkbeurt een groot verschil maken. Hoewel het extra werk lijkt, tonen studies aan dat een vroege training leidt tot meer vrijwillige bezoeken, beter gedrag en hogere melkproductie. “Sommige boeren denken: Waarom koeien trainen? Robots zijn er toch om arbeid te besparen? Maar een beetje training vooraf bespaart later veel werk,” benadrukt DeVries.
Voerbeheer speelt een cruciale rol bij robotmelken. Koeien die regelmatig en consistent eten, bezoeken de robot vaker en hoeven minder vaak te worden opgehaald. “Hoe vaker je voer beschikbaar maakt, hoe meer vrijwillige melkingen je ziet”, zegt DeVries. Door regelmatig voer aan te schuiven en vers voer aan te bieden, worden koeien gestimuleerd om kleine, frequente maaltijden te eten. Dit ondersteunt de spijsvertering, houdt koeien actief en zorgt voor een gelijkmatiger melkpatroon.
Het verminderen van ophaalkoeien in een robotsysteem vraagt om een combinatie van goed management, inzicht in koeiengedrag en motivatie. Door aandacht te besteden aan zieke en kreupele koeien, rekening te houden met persoonlijkheid en ervaringen, en altijd vers voer beschikbaar te houden, kunnen veehouders meer vrijwillige melkingen stimuleren en tijd besparen.
Bron: Dairyherd.com